Chauffeuse vangt klap op en redt leven wegwerkers

Dit is 1 van de redenen waarom Weg Wijzer ® Opleidingen en Trainingen adviseert om de medewerkers die te maken hebben met wegwerkzaamheden te trainen. In onze training wordt ingegaan op allerlei verkeerssituaties waarin men ad-hoc moet kunnen handelen. Weg Wijzer ® Opleidingen en Trainingen heeft medewerkers opgeleid van Rijkswaterstaat (RWS), provincies en gemeentes.

Heldin redt leven wegwerkers A32

Een oplettende chauffeuse van een zogenoemde pijlwagen heeft door accuraat handelen het leven gered van twee wegwerkers op de A32. Ze forceerde een botsing met een truck geladen met 50 ton beton, die in volle vaart op haar twee collega’s afreed.

De twee wegwerkers waren bezig met maaiwerkzaamheden in de berm op de A32 tussen Leeuwarden en Heerenveen. De rechterrijstrook was ter hoogte van Akkrum afgesloten. De chauffeuse van de pijlwagen, die het verkeer naar de andere rijstrook dirigeert, zag in haar spiegels dat een vrachtwagen in volle vaart op de rechterrijstrook bleef rijden.

Vrouw stuurt pijlwagen voor vrachtwagen

Een aanrijding met de wegwerkers was onvermijdelijk, zo schatte de vrouw in. Ze gaf vol gas en stuurde de pijlwagen richting de vluchtstrook. Door deze actie ving haar voertuig de klap op en redde ze het leven van haar collega’s.De heldin, Agnes de Vreeze, vertelt na afloop: “Ik zag, dit gaan we niet redden. Ik trok de wagen om naar de berm, dan heb ik tenminste twee mensenlevens gered. Je ziet het, je kan nooit alert genoeg blijven. De klap was enorm, je zit in een kermisattractie die niet ophoudt. De politie is naar me toe gekomen en zei: Goed gereageerd, want anders waren er twee doden geweest. Er waren er gewoon twee kapot gereden.”

Geen gewonden

Door de klap belandde de vrachtwagen op de linkerrijstrook. Een achteroprijdende bus kon op tijd stoppen. Bij de aanrijding raakte niemand gewond. De chauffeur van de vrachtwagen is verhoord.

Woonerf krijgt “15 kilometer p/uur” bord

Nieuwsbericht Rijksoverheid 17-04-2012

Er komt een nieuw snelheidsbord met de maximumsnelheid van 15 kilometer per uur. Met dit bord kunnen wegbeheerders vanaf 1 juli 2012 op bijvoorbeeld woonerven expliciet duidelijk maken dat daar een maximumsnelheid van 15 kilometer per uur geldt. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur) heeft vandaag een ministeriële regeling naar de Tweede Kamer gestuurd die dit mogelijk maakt. Momenteel worden woonerven gemarkeerd door woonerfborden. Automobilisten blijken echter onvoldoende op de hoogte te zijn van het feit dat aan het woonerfbord een maximumsnelheid is verbonden. Het nieuwe snelheidsbord moet voor verduidelijking zorgen. Volgens het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 mag binnen een erf niet sneller worden gereden dan 15 kilometer per uur. Binnen de bebouwde kom vindt de meeste interactie plaats tussen automobilisten en kwetsbare verkeersdeelnemers en zijn de gevaren het grootst. Vooral kinderen, ouderen en fietsers lopen gevaar door te hard rijden in woongebieden.

(Het begrip WOONERF is vervallen op 16 juli 1988 en komt in het RVV 1990 niet meer voor. Omdat er meerdere soorten erven zijn zoals dorpserf, winkelerf enz. is het vervangen door het begrip ERF).

Verkeersregelaars gemeente Vught (videoimpressie)

Op 25 en 26 januari 2012 zijn 2 groepen medewerkers van de gemeente Vught naar volle tevredenheid opgeleid tot beroepsverkeersregelaar. De cursus is met goed gevolg afgelegd. De medewerkers zijn zeer te spreken over onze examinator de heer Jan Pouls. Klik op de onderstaande link voor een korte impressie; http://www.d-tv.nl/index.php/nieuws/9175-ambtenaren-regelen-verkeer-video.html

Weg Wijzer bedankt de gemeente Vught voor de opdracht en de gemeente Oss voor de mogelijkheid om gebruik te maken van deze mooie locatie.

Meldnummer “144 – Red een dier” van start

14 november 2011

Het meldnummer ‘144 (spreek uit: één-vier-vier), red een dier’ wordt op 15 november opengesteld voor het publiek. Door het telefoonnummer kunnen meldingen over dierenleed beter en effectiever worden opgevolgd door de politie en andere hulpverleners en handhavers. De aanpak van dierenmishandeling en dierenverwaarlozing wordt verder verstevigd met een verhoging van de strafeisen door het openbaar ministerie. Ook gaan binnenkort de eerste dierenpolitieagenten aan de slag.

KLPD

Het meldnummer ‘144, red een dier’ is ondergebracht bij het Korps Landelijk Politiediensten (KLPD). Meldingen worden beoordeeld door speciaal opgeleide politiemensen. Bij meldingen van acuut dierenleed wordt direct actie ondernomen door het betreffende regionale politiekorps. Ook kunnen via het meldpunt een dierenambulance of gespecialiseerde diensten, zoals de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) worden ingeschakeld. Beide diensten treden toezichthoudend en handhavend op tegen dierenleed. De nVWA richt zich daarbij vooral op bedrijfsmatige sectoren en de LID treedt met name op tegen mishandeling van hobbymatig gehouden dieren.

Meldnummer onderdeel van expertisecentrum

Om te zorgen voor een landelijk dekkend en goed functionerend netwerk achter ‘144, red een dier’ zijn er afspraken gemaakt over de taakverdeling op het terrein van dierenhandhaving en dierenhulpverlening.

De taakverdeling staat in twee convenanten die vandaag zijn ondertekend door minister Opstelten en vertegenwoordigers van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de Dierenbescherming, de Federatie Dierenambulances Nederland en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde.

Hogere strafeisen tegen dierenmishandeling

De bestrijding van dierenleed wordt verder versterkt met een verhoging van de strafeisen tegen mensen die zich schuldig maken aan dierenmishandeling. Het openbaar ministerie heeft het strafvorderingsbeleid per 1 oktober verzwaard. Bij de strafeis wordt voortaan ook rekening gehouden met het letsel dat een dier is toegebracht of de gevolgde dood van het dier. Daarnaast wordt onder andere een reclasseringsrapport gevraagd bij delicten met een sadistische inslag of in gevallen waarin sprake is van grote maatschappelijke verontwaardiging.

Bron: Rijksoverheid